Column Anouk - Tante Leen

Het is een dorp op zich binnen een middelgrote stad. Arbeidershuisjes met vitrages voor de ramen en gouden beeldjes op de vensterbank. De auto's voor de deur hebben knuffels en kettingen aan de spiegel hangen en vaantjes van de lokale voetbalclub achter het raam geplakt. Hier wonen gezinnen die allemaal behoren tot een paar families. Zo heb je de Tolstraat, bewoont met meerdere gezinnen allen behorend tot dezelfde Tol-familie. Het interieur van een gemiddeld huis kent wit leren banken, glazen tafels met gouden randen, grote TV-meubelen en veel, heel veel kitsch beelden. Allemaal keurig op orde. De inwoners doen mij denken aan tante Leen uit de Jordaan. Ze zijn niet minder kleurrijk dan hun interieur. Meerdere gouden kettingen sieren lage zonnebankbruine decolletés, waarboven platina blonde hoog opgestoken kapsels . De heren dragen leren jassen, hebben tatoeages op de onderarmen en natuurlijk een gouden oorring. Had ik al gezegd dat ze allemaal roken? Dat doen ze dus ook. Misschien generaliseer ik nu te veel, maar ze hebben de schijn tegen. Vanavond heb ik dienst op de huisartsenpost en bezoek ik een oudere dame, één van de oma's van de Tolfamilie. Haar dochter had gebeld "of wij haar water even wilden komen meten". Het touwtje hangt uit de deur als we voorrijden. Binnen een stilleven. Mevrouw ligt te slapen in bed. Niemand aanwezig. "Goedenavond" probeer ik. Ze schrikt wakker. "is het al ochtend?". Vervolgens geen gene. Ze slaat de deken terug, ontbloot het onderlijf en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik pols wat de bedoeling is. Ze wordt ongeduldig, een krasse dame. Haar water meten komt neer op het maken van een echo wat ze eerder ook in het ziekenhuis hebben gedaan. Ze heeft aandrang, maar kan niet plassen. Hoewel we goed zijn uitgerust met onze kleine ambulance hebben we geen echo apparaat. Laat staan dat ik een echo kan beoordelen. We gebruiken onze handen. Een volle blaas is prima uit te kloppen. Dit doe ik dan ook, hoewel het weinig goedkeuring kan wegdragen van deze tante Leen, die mij consequent zuster blijft noemen en mijn chauffeur de dokter. Het ziekenhuis was veel beter, geeft ze me te kennen. Als ik vervolgens een katheter plaats en 500cc urine aftap, merk ik toch een zweem van goedkeuring. Dan trekt ze aan het koortje van haar lamp, slaat te deken terug en draait zich om. Het teken om te gaan. Terug naar het stilleven van tante Leen.



Terug naar columnoverzicht

In de bosrijke omgeving, aan de voet van de Woldberg bij Steenwijk, ligt Huis ten Wolde. Vanuit je kamer kijk je uit op de prachtige bossen en weilanden, wat een...

Verder